Loading...

Activiteiten - Jonge Honden, Jonge Harten

Jonge honden jonge harten: Jaap Drupsteen

05-11-2015
Techno schalt door de speakers terwijl uit elkaar getrokken structuren het scherm vullen. Het is een intieme opstelling in Showroom Arnhem vanavond, Peter Nijenhuis interviewt Jaap Drupsteen, een ontwerper die al heel wat projecten op zijn naam heeft staan, van bankbiljetten tot motion graphics. Hij is de senior ontwerper, het jonge hart, van vanavond, Ontwerp Platform Arnhem nodigt op deze avonden namelijk senior ontwerpers uit om jonge ontwerpers, jonge honden, te inspireren.

Belangrijk moment in je carrière was toen de VPRO vroeg of je een grafische presentatie van hun TV avonden wilde ontwerpen` Hoe ging dat? ‘De eindredacteur Jan Blokker wilde van de omroepsters af, dit waren gastvrouwen die de programma’s inleidden. Hij wilde het anders. In ieder geval moest de identiteit van de zender zichtbaar worden, eigenlijk wisten we helemaal niet wat de ‘identiteit’ was. Dat gaf de VPRO eigenlijk alleen met een klein logo’tje vorm.’

Hoe pakte je het aan? ‘Op de Aki, de kunstacademie in Enschede raakte ik gefascineerd door Norman Mclaren, een filmer, een allestalent, die op een stuk onbelichte film ging krassen. Toen had je bij film nog een optisch geluidsspoor. Accenten in de muziek waren daarop zichtbaar. Hij kraste er lijnen en blokjes naast, zodat beeld en geluid op die film synchroon afspeelden en een eenheid werden. Ik besefte dat ik op die manier beeld en geluid wilde maken, zodat ze gezamenlijk al je zintuigen binnen knallen. Mijn leraren lieten nogal eens merken dat ik beter kon kiezen tussen ontwerpen of muziek maken. Ik was toen ook muzikant, speelde contrabas, maar ik kon nooit kiezen en kan dat nog steeds niet. Ik ben blij dat ik dat nooit heb gedaan.’
 
Maar terugkomend op de VPRO, wat maakte je daar? ‘Ja, grafische dingen die iets vertellen over de VPRO, zal ik wat laten zien?’ Eigenzinnige geanimeerde logo’s met een humoristische draai vullen het scherm. ‘‘Ik maakte die animaties met kartonnen maskers en airbrush-tekeningen die toen alleen nog via camera’s op de beeldbuizen konden verschijnen. Ook huurde ik figuranten in die dan als het ware in die tekeningen liepen. Er werd schande van gesproken dat ik grote studio's gebruikte om alleen maar tekeningen en logo's voor camera's te zetten. Pas later toen het insloeg als een bom werd het gerespecteerd.

De logo’s zijn enerzijds modernistisch en streng met strakke geometrische vormen maar hadden ook een ‘ordinaire twist’. Mag ik dat zeggen? ‘Jazeker, dat moet je zeggen. Dat wilde ik ook, het moest een beetje fout zijn. Ik had geen zin in verantwoord ontwerpen. Er waren in die tijd veel strenge ontwerpers, die helderheid en strakke vormen voorop stelden maar dat wilde ik niet.’

Ik zie in de logo’s bouwsels als slappe pudding, je spot met bekende logo’s, er zit humor in. En je gebruikt de driehoek en het rondje vaak, is dat een verwijzing naar de drie eenheid? ‘Haha, nee dat is toeval,’ zegt hij met een geamuseerde blik.
Ah oké, en hoe kwam je uit op muziektheater om bij veel animaties te gebruiken? ‘‘Toen ik zag wat je kon met airbrush tekeningen waarin echte mensen bewogen, wilde ik daarmee verder, maar vaak bleek dat mensen als het ware werden overschreeuwd door de dynamische achtergronden. Na experimenten vond ik muziektheater en mime de meest geschikte genres. Gestileerde menselijke gedragingen vielen veel beter samen met zulke achtergronden.
 
Hoe maak je zulke beelden dan? Het zijn verschillende lagen beeld, elektronisch over elkaar geplakt. Het zijn trucages. Ik kleurde bijvoorbeeld zwart-wit foto's van Venetië in. Je had daar nooit kunnen filmen vanwege de toeristen. Jaap Drupsteen glimlacht bij de herinnering. ‘De rest deed ik in de studio. Mensen zagen niet dat het trucages waren, ze dachten dat het echt was opgenomen, snap je?’

Leg eens uit, wat zijn real-time synchronized motion graphics? ‘Het zijn animaties die synchroon afspelen met live muziek. Dat kan een spelend orkest zijn of een DJ. Het klinkt misschien voor de hand liggend maar het was lange tijd nog niet mogelijk.
De muzikale tijdmeting werkt op een andere manier dan die van film en video. Vooral als je hele strakke ritmes wilt visualiseren moet je repeterende bewegingen in je animaties tot op de milliseconde nauwkeurig kunnen herhalen.
Film en video werken met vaste indelingen, in ‘frames per second’. Daarmee kun je de oneindig variërende snelheden van live spelende muziek onmogelijk bijbenen. Vooral bij strakke beats gaat dat mis. Daarom zie je het ook nooit.
 
Hoe lang ben je hier nu mee bezig? Sinds eind jaren zeventig. Een jaar of twintig geleden vond ik methodes waarmee ik synchroniteit in alle mogelijke muzikale tempi kon beheersen. Alleen op live spelende beats in de dance-omgeving kon ik nog niet synchroniseren.
Pas toen ik twee jaar terug mijn werk toonde en vertelde waar ik mee bezig was, stond er ineens een jongeman op die zei, dat kan ik! Dat was Matthijs Kneppers. We hebben een systeem ontwikkeld om de animaties ook exact gelijk te laten lopen met live spelende muziek. Hoe dan ook, het zooitje loopt nu sync, live! Het enthousiaste applaus na het vertonen van resultaten brengt een glunderende glimlach op het gezicht van Jaap Drupsteen.

Nu is de beurt aan een paar jonge honden, studenten van ArtEZ, die Jaap Drupsteen een paar vragen stellen:

In hoeverre hebt u controle over uw ontwerpen, het beeld, als er live muziek wordt gemaakt? ‘Dat hangt af van de omstandigheden. Op dance-festivals weten we nooit tevoren wat DJ’s draaien. We hebben dan een audioverbinding waarvan onze Beattracker de beat detecteert en videoclips uit onze library ogenblikkelijk de sync  oppikken en synchroon gaan afspelen. Maar als we een samenwerking aangaan met een DJ/producer, dan kunnen we heel precies animeren. Het beeld kan door de DJ zelfs live tegelijk met het geluid worden vervormd!’
Wat voor verhouding tussen beeld en geluid wilt u bereiken, welke ervaring wilt u de kijker geven? ‘Het is interessant te kijken welke ervaring het oplevert als beide elementen, beeld en geluid, samengaan. Als het volledig synchroon loopt kan dat op den duur ook hartstikke saai zijn, maar je kunt ermee spelen. Ik wil beeld en geluid zo toepassen dat je een dubbele zintuiglijke ervaring krijgt. Abstracte structuren vervormen werkt goed. Beelden die losstaan van de realiteit. Simpele ritmes, geringe variaties werken bij muziek, maar om de een of andere reden niet met beeld. Bewegingen kun je goed repeteren, maar vormen moeten continu veranderen. Ik ben dus toch wel op zoek,’ lacht hij.
 
Hebt u vaker dat technologische ontwikkelingen mogelijk maken wat je al eerder hebt bedacht? ‘‘Jazeker, live synchroniseren van animaties op beats is ook technisch nog maar sinds kort mogelijk.
Dit soort ontwerpen had ik echter al een hele tijd terug kunnen maken maar mijn subsidieaanvragen werden afgewezen. Misschien kon ik het niet goed uitleggen. Ik dacht toen, als ik oud en der dagen zat ben dan ga ik dit eindelijk maken. Glimlachend: ‘dat is nu blijkbaar.’
Ik ben benieuwd naar uw vormentaal, hoe komt die tot stand? ‘Dat weet ik eigenlijk niet. Ik denk altijd dat ik heel divers werk maak maar mensen zeggen vaak, weer een typische Drupsteen, en dan heb ik toch juist iets heel anders gemaakt vind ik zelf. Wat ik merk is in ieder geval dat structuren beter werken dan bijvoorbeeld 3d objecten, en dan ga ik bedenken, hoe maak en beweeg je die dan? En hoe leg je expressie in die structuren? Ik wil dat beeld hetzelfde privilege als muziek geniet, dat het niets anders hoeft uit te drukken dan zichzelf.”

Wat inspireert u? ‘Ik snap inspiratie nooit zo goed, ik doe daar niet aan. Ik werk in processen, ik doe onderzoek naar de rare uithoeken waar techniek of samenwerken je kan brengen. Experimenteren, het bezig zijn. ‘Serendipiteit’, heet dat. Je zoekt, je dwaalt af, je kijkt en ineens tekent zich iets af dat je je nooit had kunnen voorstellen.’
Afsluitend voegt Jaap Drupsteen toe, ‘Ik ga trouwens bij Rijks Museum Twente een tentoonstelling maken waarbij de basisbeat vanuit het centrum van de zaal komt en in de hoeken van de zaal andere muzikale varianten erbij komen. Zo kun je door de ruimte heen een steeds veranderende mix lopen.’ Hij benoemt terloops dat de beukende techno muziek ook door hemzelf is gemaakt. Dit leidt tot verbazing bij het publiek. ‘Ja, ik heb techno gestudeerd de afgelopen jaren, ik moet aan leeftijdgenoten vaak uitleggen wat mij daarin aantrekt maar ik vind het prachtig.’

Verslag: Maike Peters
Foto’s: Eva Broekema