Loading...

Activiteiten

Henny van Nistelrooy (2005-2007)

KOM EEN KEER LANGS

Henny van Nistelrooy (‘s Hertogenbosch 1979) studeerde in 2005 af aan de afdeling Product Design van ArtEZ Arnhem en werd nog datzelfde jaar aangenomen op het Royal College of Art in Londen waar hij in 2007 zijn mastertitel behaalde. Na een tijd in Londen te hebben gewoond en gewerkt vertrok Van Nistelrooy naar Beijing.

Peter Nijenhuis: Hoe staan de zaken ervoor in Beijing?
Henny van Nistelrooy: Het is hier een paar dagen windstil geweest en dan krijg je last van smog. De hemel is nu grijs, maar dat kan morgen weer anders zijn.

Peter Nijenhuis: Hoe kwam je in Beijing terecht?
Henny van Nistelrooy: Mijn vriendin, die ik in Londen ontmoette, komt uit Taiwan en kreeg op een gegeven moment een baan in Beijing. Ik heb eerst een tijd op een neer gereisd. Door al die bezoeken ben ik me gaan verdiepen in de Chinese cultuur. Die trekt me buitengewoon aan. Bovendien zijn er in China voor mij meer werkmogelijkheden dan in Europa. Ik doe nog altijd het een en ander in Londen, maar ik heb me inmiddels in China gevestigd. Mijn studio is aan huis, een flat van drie kamers met een keuken op de 23ste verdieping in het noordoosten van de stad, niet ver van het vliegveld. Ik heb een Chinese assistente. Daar heb ik veel aan, niet in de laatste plaats omdat mijn Chinees nog niet heel goed is.

Peter Nijenhuis:Je hebt in Londen gestudeerd. Wat was daar bijzonder aan of anders dan studeren in Arnhem?
Henny van Nistelrooy: Toen ik in 2005 naar het Royal College ging, sloot ik me aan bij platform acht. De docenten waren Gabriel Klasmer, een beeldend kunstenaar, en een ontwerper, Hannes Koch. Met die docenten heb ik veel studio’s en galeries bezocht en zeer bijzonder dingen gezien. Gabriel Klasmer leerde me hoe je een idee vruchtbaar kunt gebruiken en ontwikkelen door het in eerste instantie te bekijken buiten de beperkende kaders van productdesign. Ik vond mijn studie in Arnhem heel waardevol, maar studeren aan de Royal College of Art in Londen is toch iets anders. In Londen is iedereen buitengewoon gemotiveerd om te studeren. Dat moet ook wel, want je wordt niet zomaar toegelaten. Het is een kans en iedereen die hem krijgt, grijpt die met beide handen aan. Je medestudenten zijn in Londen volwassen, gedreven, goed op de hoogte en tegelijkertijd heel inventief en speels. In het begin van het eerste jaar organiseerde ik met andere studenten portfolio-presentaties om een beeld te krijgen van wat de mensen in onze klas wisten en wat je ze kon vragen. Bijzonder is niet alleen dat je medestudenten uit allerlei werelddelen komen, maar ook dat ze gevormd zijn in uiteenlopende disciplines. Dat is leerrijk. Je krijgt een kans om expertise te delen met 35 medestudenten. Een beeldend kunstenaar kijkt immers anders tegen ruimte aan dan een architect of een grafisch ontwerper. Mijn vroegere medestudenten zijn nu ontwerpers die enig aanzien genieten. In het jaar voor mij zaten studenten als Max Lamb en Tomás Alonso en Mathias Hahn die nu met anderen Studio Okay vormen. Het werk van die ontwerpers laat ik tegenwoordig hier in China aan mijn studenten zien als voorbeeld en inspiratie.

Peter Nijenhuis: Een van de zaken waar je al langer mee bezig bent, is de mogelijkheid om ambachtelijke technieken en kennis te gebruiken buiten het terrein van het ambachtelijke, dus bijvoorbeeld op het gebied van de industriële productie. Dat keer je ook om. Je gebruikt industriële stoffen die je draad voor draad met de hand, dus zeg maar ambachtelijk, uithaalt. Het lijkt me, dat je voor dat soort onderzoeken en experimenten een bepaald soort klant en een bepaald soort opdrachtgever nodig hebt. Heb je die in Londen en in Beijing meer dan in Nederland?
Henny van Nistelrooy: Naar mijn idee verschilt Londen niet zoveel van Nederland. Ik vind het hele begrip ‘markt’ overigens niet zo gemakkelijk. Eigenlijk ken ik de Nederlandse markt niet zo goed. Ik ben na mijn studie in Arnhem gelijk naar Londen gegaan. Ik werk nu samen met interieurontwikkelaar Lensvelt. Bij Lensvelt heb ik Revolver ondergebracht, een zuiver industrieel product, het eerste dat zich echt richt op de markt. Het soort onderzoeken en experimenten waar jij op doelt, doe ik ook, naast meer reguliere opdachten. Ik heb dat nodig voor mijn eigen ontwikkeling en vanwege de balans. Onderzoeken en experimenten kunnen weinig marktwaarde hebben en geen potentie om verder te komen dan een bepaalde niche. Wat ze wel kunnen hebben is attentiewaarde. De pers kan er belangstelling voor hebben, net als curatoren. Dat is niet onbelangrijk. Je kunt je eigen onderzoek en experimenten gebruiken om beelden te scheppen en je klanten duidelijk te maken wat voor soort ontwerper je bent. Daarmee kun je klanten aantrekken die bij jou passen. Het is een manier om je eigen weg te bepalen en uiteindelijk de dingen te doen die je wílt doen. Hier in Beijing zijn ze overigens zeer geïnteresseerd in de mogelijkheden om de culturele erfenis en ambachtelijke technieken te verbinden met de behoeftes en de omstandigheden van het China van nu. Waarschijnlijk omdat er in China veel oude dingen plaats moesten maken voor nieuwe, zijn er nu meer en meer mensen die zich sterk maken voor behoud en de eigen cultuur verder willen ontwikkelen. De Chinezen zijn bijna hongerig naar kennis. Ze willen weten hoe anderen denken over de verbinding van traditie en vernieuwing. Wat de zaak in China bijzonder maakt, is dat de materiële cultuur al heel oud en zeer verfijnd is. Je kunt in China keramiek zien die vijfduizend jaar geleden werd gemaakt. Dat soort dingen is hier meer dan elders een deel van de culturele bedding.

Peter Nijenhuis: Met wat voor projecten ben je op dit moment bezig?
Henny van Nistelrooy: Ik geef les op de Central Academy of Fine Arts in Beijing. Mijn uren variëren, ik denk dat ik gemiddeld twee dagen per week les geef. Voor de Chinese meubelproducent en distributeur ACF ontwikkel ik een tapijt, een opbergmeubel en een koffietafel die aansluiten bij mijn eerder ontworpen YiFu-leunstoel en bank. Ik werk aan ideeën om de principes van het traditionele Chinese klapstoeltje te gebruiken voor klapstoeltjes die je industrieel kunt vervaardigen. Chinese traditie en de cultuur van take-away en andere hedendaagse verschijnselen probeer ik te verbinden in het ontwerp voor het interieur van een theehuis en het interieur van een Jazzclub. Zoals altijd houd ik me naast dat alles bezig met textiel en ik heb hier in China ook een gat in de markt ontdekt. Voor een stad met twintig miljoen inwoners vond ik de huisnummers in Beijing nogal eenvormig. In de winkels is hier wat dat betreft weinig te krijgen en dus heb ik om te beginnen maar mijn eigen huisnummer ontworpen. Mijn idee gaat uit van cijfers van een reep metaal van uniforme lengte. Ik ben nu de typografie aan het verfijnen. Als ik een uurtje vrij heb, vouw ik weer wat cijfers. Misschien is dat een boeren (of Hollandse) inventiviteit die ik van huis uit heb meegekregen.

Peter Nijenhuis: Heb je nog een boodschap voor mensen die je kent in Arnhem en Londen?
Henny van Nistelrooy: Ja, kom een keer langs! Beijing is groot, maar de creatieve industrie is hier klein. Je leert in korte tijd iedereen wel kennen. Dat is leuk en interessant. Bovendien heeft China qua natuur en cultuur heel veel te bieden en dat krijgt je alleen echt mee als je hier rondloopt.

Website Henny van Nistelrooy

Verklaring bij foto Henny van Nistelrooy
Uitzicht richting noord-west Beijing (wangJing), een strak blauwe lucht deze ochtend, beneden op de foto een shopping mall met Karaoke, daarboven van links naar rechts: woongebouwen, kantoor gebouwen, Holiday Inn Hotel, Mercedes, Caterpillar en een Zaha Hadid in aanbouw steekt er boven uit.

Peter Nijenhuis 04 04 2014