Loading...

Activiteiten

Sander Lak voor Dries van Noten - Antwerpen

SANDER LAK VANUIT ANTWERPEN: PRÊT-À-PORTER...  EEN STRUCTUUR DIE NU EEN BEETJE UIT DE HAND AAN HET LOPEN IS

De tijdsgeest heeft een structuur en een bepaalde formule die niet te ontcijferen is, maar je kunt wel dingen aanvoelen en conclusies trekken uit wat er nu gebeurt en wat er gisteren aan de hand was.

Sander Lak 1983 groeide op in Maleisië, Schotland, Afrika en Vught. Van 2002 tot 2006 studeerde hij aan de mode-opleiding van ArtEZ in Arnhem. Hij zette zijn studie voort aan Central Saint Martins in Londen waar hij in 2008 zijn mastertitel behaalde. Sander Lak trad nog datzelfde jaar in dienst van Philip Lim waar hij verantwoordelijk was voor de mannencollectie. Van 2009 tot 2010 werkte hij voor Balmain en in 2010 trad hij in dienst van Dries van Noten waar hij verantwoordelijk is voor de mannen- en vrouwencollectie.

Peter Nijenhuis: Heeft het ontwerpen van modecollecties in jou ogen iets te maken met het vatten en verbeelden van de wereld van nu en de tijdsgeest? Geldt met andere woorden voor een ontwerper van nu wat Honoré Daumier al bijna tweehonderd jaar geleden beweerde: ‘il faut être de son temps’?
Sander Lak: Ik denk dat er niets méér gevoelig is voor tijdsgebonden factoren dan mode! Als mode goed gedaan is, komt dat doordat het of de tijdgeest juist heeft gevat, of de toekomst bepaalt, of het verleden op de juiste manier een nieuw leven inblaast. Alles is dus tijdsgebonden. Je moet je ook voorstellen dat (zeker in het huidige systeem) er zoveel binnen korte tijd geproduceerd moet worden, dat je wel om je heen moet kijken, of dat nu achteruit is, in het nu, of in de toekomst. Dat is ook wat ik het mooie vind aan mijn vak. Ik moet me (schaamteloos) totaal bewust zijn van wat er speelt in de wereld en waar alle andere mensen mee bezig zijn: architectuur, film, fotografie, kunst, grafisch ontwerp etc. etc. etc. Alles kan een inspiratie zijn en je hoopt altijd dat wat je voelt ook is wat er speelt.

Peter Nijenhuis: Hoe doet men dat,‘van’ of ‘bij’ de eigen tijd zijn? Bestaan daar hulpmiddelen voor en heb je een advies voor kersverse modestudenten hoe je een neus ontwikkelt voor wat er nu toe doet?
Sander Lak: Je hebt het, of je hebt het niet. Maar je kunt jezelf wel trainen in het bewustzijn van wat er om je heen gebeurt. Mijn advies is: houd je ogen open, weet welke films uitkomen, exposities in de maak zijn en welk boek op nummer één staat. Analyseer ook wat je constateert. Waarom staat dat boek op één? Waarom komen er opeens twee films uit over die persoon? De tijdsgeest heeft een structuur en een bepaalde formule die niet te ontcijferen is, maar je kunt wel dingen aanvoelen en conclusies trekken uit wat er nu gebeurt en wat er gisteren aan de hand was.

Peter Nijenhuis: Europa heeft een lange geschiedenis van culturele ontleningen. Europeanen hebben ogenschijnlijk altijd vormen en motieven overgenomen uit de Antieke, de Chinese en de Afrikaanse cultuur en toegepast in kleding, gebruiksvoorwerpen en kunst. Anderzijds lijkt Europa behoudend. Wie naar hedendaagse herencollecties kijkt ziet dat traditionele kledingsstukken als de van oorsprong militaire herenjas, het vest en de broek nog altijd een overheersende rol spelen. Wat vind jij daarvan? Denk je dat er in de eenentwintigste eeuw vanzelf een einde komt aan de overheersing van westerse kledingstukken en zou je dat toejuichen? Ben je daarentegen van mening dat we de traditionele kledingstukken voor heren als waardevolle menselijke vormen juist in stand moeten houden door ze aan te passen aan de tijd? Of vind je dat een ontwerper van herencollecties gewoonweg moet maken waar vraag naar is, dus jassen, vesten en broeken die trouwens ook buiten Europa steeds meer worden gedragen?
Sander Lak: Westerse mode heeft de afgelopen eeuw een enorm stempel gezet op de wereld (en niet alleen mode, kijk maar naar wat er in de afgelopen honderd jaar bijvoorbeeld is veranderd en welke landen de macht hebben gehad) De Europese (voornamelijk Franse) couturiers hebben de mode-industrie op een andere manier op de kaart gezet. Ze hebben een structuur gecreëerd die nu een beetje uit de hand aan het lopen is, maar die gedurende een lange tijd de vooruitstrevende en bepalende factor was. Nu de politieke en economische balans verschuift richting Azië kan er ook op cultureel vlak het een en ander veranderen, maar het lijkt erop dat het voor Chinezen en Japanners in sommige gevallen weer niet westers genoeg kan zijn. Dat verbaast me. Ik vind het moeilijk om er een conclusie aan te verbinden en kan ook niet voorspellen waar dit naar toe gaat. In het verleden hebben westerlingen typerende, etnische elementen van niet-westerse culturen toegepast bij het maken van westerse kleding die voornamelijk door westerlingen werd gedragen. Maar nu, aan het begin van de eenentwintigste eeuw, zijn de kaarten in de wereld helemaal anders verdeeld dan voorheen. Ik moet rekening houden met zowel een dame in Singapore, die ook in de winter te maken heeft met warm en vochtig weer, als met een Russische klant die gewend is aan bont, want in Novosibirsk is het nu eenmaal in de winter twintig graden onder nul. Het verdwijnen van de seizoenen in de mode is al een tijd aan de hand en is ook de reden voor het uitbreiden van het assortiment dat je levert. Dat heeft, op zijn beurt, als een soort domino-effect, het hele systeem weer veranderd. Daar wil ik niet over klagen, maar het is een verandering, een verschuiving en daar moeten we het mee doen. We moeten er het beste van maken en misschien zelfs wel proberen om er de vruchten van te plukken.

Als het om mannenmode gaat is alles nog steeds of overwegend gericht op traditie. Bij mannen gaat het nog steeds om de kledingstukken die al een hele lange tijd gebruikelijk zijn zoals het hemd, pantalon, vest, jas, T-shirt, jeans etc. etc. Dit is de basis, het ‘frame’ waarmee gewerkt wordt. En dat zal zeker niet snel veranderen. De man verandert minder snel dan de vrouw in dit opzicht. Al is de man door een enorme metamorfose gegaan in de afgelopen 20 jaar.

Peter Nijenhuis: In de herfstcollectie van 2013 lijkt de herenjas de trekken aan te nemen van de kamerjas, het hemd en de pyjama. Is dat opzet, vervagen in dit geval de grenzen, of zie ik iets wat er niet is?
Sander Lak: Die collectie had als titel "Walk of Shame" en ging over de man, die net een wilde nacht heeft gehad, ergens met iemand in een vreemd huis, en die in de ochtend naar de winkel op de hoek loopt om melk te halen. Om daar te komen heeft hij, uit bed stappend, aangetrokken wat er om hem heen ligt, inclusief het hemd van de persoon aan de andere kant van het bed en een pyjama met sokken in de slippers die bij de deur lagen. Het gaat hier om een bepaald beeld dat belangrijk is om een collectie samen te stellen: wat voor man is hij, wat doet hij, hoe ziet hij er uit? In dit geval is het dus niet echt een opzettelijke grensverleggend statement. Het is een klein onderdeel van het totaal beeld om de man te kunnen vormen en duidelijkheid te brengen in alle losse elementen.

Peter Nijenhuis: De Duitse filosoof Peter Sloterdijk beschouwt cultuur als het scheppen van illusoire bellen of sferen. In die illusoire bubbels worden bepaalde waarden, inzichten en vaardigheden in stand gehouden die de mens mentale immuniteit verschaffen, afweerstoffen tegen de onherbergzaamheid van het universum. Zie jij jouw werk als ontwerper eveneens als het scheppen van een sfeer die geborgenheid en houvast schenkt?
Sander Lak: Als ontwerper ben je een onderdeel van een gigantische machine die als doel heeft de illusie te creëren dat je een product nodig hebt en dat je iemand bent met dat product. Een feit waar ik overigens niet dagelijks mee bezig ben. Waar ik wel mee bezig ben is het creëren van een beeld, een man of vrouw, een soort leven, een soort cultuur waar je op inspeelt. En soms creëer je een illusoire bubbel en soms maak je gewoon een leuke broek. Als je in bijvoorbeeld de Amerikaanse Vogue kijkt, zie je dat wat er gecommuniceerd wordt een droomwereld is. Wat je er ook van denkt, het is een positieve gedachte, een droom, een ideaal, schoonheid, perfectie. Natuurlijk is wat ik nu noem, maar één tak binnen deze industrie, die ontelbaar veel takken heeft, van de meest verschrikkelijk oppervlakkige tot hyperintellectuele. Het is moeilijk om één antwoord te geven op deze vraag.

Peter Nijenhuis: In de hedendaagse kunst en de hedendaagse mode spelen de stijlkenmerken van marginalen en normafwijkende subculturen een grote rol. Roes, slonzigheid, ijdel lichamelijk vertoon, zelfverminking, narcisme en exhibitionisme; het heeft in de afgelopen jaren op allerlei manieren zijn stempel gezet. Hoe sta jij daar tegenover? Misschien sla ik de plank nu mis, maar je werk duidt eerder op distantie dan op een verhulde fascinatie voor vuiligheid, marginaliteit en duisternis.
Sander Lak: Ik werk voor een bedrijf. Ik heb niet de vrijheid die je hebt, als je een eigen label hebt en al helemaal niet dezelfde vrijheid als een kunstenaar, want kunst is sowieso niet de bedrijfstak waarbinnen ik werkzaam ben. Ik heb als ontwerper van begin af aan betrekkelijk positieve visuele beelden gehanteerd en door middel van dat soort beelden mijn verhaal verteld, ook al heb ik ooit gedacht dat dat anders was en ook ik vanuit het duister werkte, haha. Ik vind het fantastisch als iemand vanuit een verhulde fascinatie voor het duistere, goed werk kan afleveren, maar mij trekt het duistere niet op die manier aan. Nu lijkt het misschien strijdig met wat ik eerder zei over mode en het vatten van de tijdsgeest, maar voor mij is uiteindelijk het allerbelangrijkste dat werk ‘goed’ is. Goed werk is tijdsgebonden en daardoor tegelijkertijd tijdloos, of het nu donker is of happy go lucky. Er zijn trends en tijdgeesten en bepaalde stromingen waar mensen op inspringen, maar wat ik belangrijk vind, is of het werk dat geleverd wordt, wat het ook is en op welke stroming of trend het ook inspeelt, goed is en een compleet verhaal vertelt. Ik ben niet met opzet bezig met distantie of fascinatie voor vuiligheid, schoonheid of wat dan ook. Waar ik me mee bezig houd, is proberen het beste werk mogelijk neer te zetten. 

Peter Nijenhuis: Ben je tevreden met het feit dat je in Arnhem op ArtEZ bepaalde zaken niet hebt geleerd, zodat er meer tijd was voor zaken die je er wel leerde?
Sander Lak: Er zijn bepaalde dingen die ik liever wel had geleerd voordat ik de industrie instapte, maar over het algemeen ben ik zeer tevreden met de opleiding op ArtEZ.

Peter Nijenhuis 01 06 2014