Loading...

Blog

Artikelen over vormgeving.

ARNOUT VISSER: GLASBLAZEN IS EEN UITERST EMOTIONELE AANGELEGENHEID

15-03-2017
ARNOUT VISSER: GLASBLAZEN IS EEN UITERST EMOTIONELE AANGELEGENHEID
 
Arnout visser studeerde in 1989 af aan de afdeling 3D Design (nu Product Design) van ArtEZ in Arnhem en studeerde vervolgens aan de Domus Academy in Milaan. Arnout Visser, vooral bekend vanwege zijn glazen objecten, is zelfstandig productontwerper en noemt zichzelf 'vormvinder'. Hij experimenteert met elementaire natuurkundige wetten, handelingen en procedés die materialen een vorm geven en komt op die manier tot vormen die geen mens ooit vooraf had kunnen bedenken.
 
Peter Nijenhuis: Wat ga je in 2017 doen?
Arnout Visser: Er staan veel dingen op het programma. Drie daarvan kan ik nu al wel noemen. Het eerste is een project in San Francisco, het tweede is een project vlak bij de deur, in Arnhem, en het derde is een project in Afrika.

"Op een avond liep daar toevallig een mevrouw langs van het Britse bureau Muf architecture/art die daarvoor een bezoek had gebracht aan een Amsterdamse coffeeshop."

 
Begin maar met San Francisco.
Het project in San Francisco draait zo'n beetje om hetzelfde onderwerp als het project dat ik in oktober van 2016 installeerde in het Science Museum in Londen. Met het Science Museum kwam ik in contact door een toeval. Ik heb ooit een project gedaan voor Ellis Faas. Ellis Faas is een Nederlandse mode-visagiste die werkte met Inez van Lamsweerde en een hele reeks modeontwerpers als Karl Lagerfeld en Junya Watanabe. Voor Ellis Faas ontwierp ik een houder voor haar make-up-penselen. Voor de etalage van haar kantoor in Amsterdam maakte ik ook een opstelling van laboratoriumglaswerk: alambieken, retorten, bolkoelers, kolven en dat soort dingen. In dat glaswerk borrelden en stroomden felgekleurde vloeistoffen. Op een avond liep daar toevallig een mevrouw langs van het Britse bureau Muf architecture/art die daarvoor een bezoek had gebracht aan een Amsterdamse coffeeshop. Muf, een bureau met een reputatie op het gebied van projecten in de openbare ruimte en de inrichting van tentoonstellingen, werkte aan een opdracht van het Londense Science Museum. Het Science Museum wilde met een nieuwe inrichting van de jeugdafdeling jonge bezoekers op een leuke en eigentijdse wijze kennis laten maken met wetenschap en de praktische toepassing daarvan. De nieuwe jeugdafdeling moest de fantasie prikkelen en de mevrouw van Muf - die op die avond waar ik het over had langs het kantoor van Ellis Faas liep – dacht te hebben gevonden waar ze al een tijd naar zocht. Zo kwamen ze bij mij terecht. Na het nodige overleg met Muf en het Science Museum heb ik uiteindelijk een grote kast gebouwd met daarin glaswerk waarin zich zeer zichtbaar allerlei processen afspelen. Vloeistoffen verdampen, koken, schuimen, condenseren en kristalliseren. Op het glas van de kast zijn hightech rubberen lenzen aangebracht zodat de jonge bezoeker het gebeuren in de flessen en retorten in detail kan bekijken. De opstelling is interactief. De kids kunnen door eigenhandig lucht te pompen en ander handelingen uit te voeren de processen in de kast beïnvloeden. Het hele spektakel moet kinderen enthousiasmeren om zelf een reeks proeven te doen aan door mij ontworpen tafels van tegels van DTILE, de enige driedimensionale tegelfabrikant ter wereld die toevallig hier vlakbij, in Velp, is gevestigd.
Kort voor Kerstmis ben ik nog een weekje in Londen geweest om de kast wat bij te stellen en zoveel mogelijk onderhoudsvrij te maken. Al zeg ik het zelf, het ziet er prachtig uit. Het museum trekt zo'n drie miljoen bezoekers per jaar en ongeveer een half miljoen kids. Je ziet ze 's ochtends al in de metro zitten: hele klassen, met kleurige hesje en rugzakjes over hun schooluniformen, op weg om groepsgewijs het museum te bezoeken. Wat me aanspreekt is dat mijn opstelling een onderdeel is van het streven van het wetenschapsmuseum om ook kinderen die door hun omgeving niet worden gestimuleerd om kennis te vergaren of een museum te bezoeken, kennis te laten maken met dingen die voor hun ontwikkeling en de verruiming van hun belevingswereld van belang kunnen zijn. In die zin knoopt het project in Groot-Brittannië aan bij het project in San Francisco waar ik in 2017 mee bezig zal zijn. De opdracht komt van het Exploratorium, het Museum of Science, Art and Human Perception, gevestigd in twee piergebouwen aan de Embarcadero, de boulevard langs het water van de Baai van San Francisco. Het Exploratorium heeft iets van een half miljoen bezoekers per jaar en beschikt over een prachtig, ruim gebouw en een grote en deskundige staf. Net als het Science Museum in Londen is het Exploratorium steeds op zoek naar vernieuwing De curator waarmee ik samenwerk, kende mijn werk via via en bezocht in 2013 mijn tentoonstelling in Museum Arnhem. Ik denk dat ze me ook gevraagd hebben omdat ik nog altijd het enthousiasme heb van een twaalfjarige.

"Ik denk dat ze me ook gevraagd hebben omdat ik nog altijd het enthousiasme heb van een twaalfjarige."

 
Wat wil je in het Exploratorium installeren?
Ik heb in 1991 een brievenweger bedacht die werkt op basis van de wet van Archimedes. Die wet stelt dat de opwaartse kracht die een lichaam in een vloeistof of gas ondervindt even groot is als het gewicht van de verplaatste vloeistof of gas. Dat beginsel kun je gebruiken om op grond van de stijging van een vloeistof in een doorzichtig vat het gewicht van voorwerpen aan te geven. Zo'n Archimedische weegschaal ga ik opnieuw ontwerpen, maar dan in het groot. Kinderen moeten erop gaan zitten en kunnen dan aan het gestegen peil van de vloeistof hun gewicht aflezen. Zelf op een weegschaal klimmen is een leuke en interactieve manier om kinderen kennis te laten maken met een natuurkundig verschijnsel. Doordat ik het gewicht zowel in kilo's als in Brits-Amerikaanse pounds en stones wil aangeven, roer ik ook nog eens het bestaan en de verwarring van verschillende metrieke stelsels aan. Het wegen van kinderen leidt ook onvermijdelijk naar het probleem van overgewicht. Dat noemen ze een 'welvaartsziekte', maar overgewicht wordt doorgaans in verband gebracht met verarming en sociaaleconomische achterstelling. Mijn weegschaal moet voor kinderen een leuke en opbouwende manier zijn om ze erop te wijzen dat het van belang is om op je eigen lichaamsgewicht te letten. Voor het Exploratorium wil ik verder een interactieve glazen laboratoriumopstelling maken en ik denk na over workshops met kinderen waarbij ze leren om te werken met afval. Overal in San Francisco zie je containers voor gescheiden afvalinzameling. Maar ik heb me laten vertellen dat ze dat bij het eindpunt weer allemaal bij elkaar gooien en gebruiken voor de zogenaamde landfill. Omdat ze in de Verenigde Staten ruimte genoeg hebben, graven ze grote gaten en die vullen ze met vuilnis. Om de kinderen die het Exploratorium bezoeken te laten zien dat het ook anders kan, wil ik ze plastic en glas laten 'upcyclen'. Ik wil workshops opzetten die kinderen leren hoe ze van glas- en afvalplastic iets moois en waardevols kunnen maken. Toen ik een tijd terug in San Francisco was, heb ik daar afval uit afvalbakken gevist en bewerkt met onder andere een warmteföhn. De vraag is nu hoe ik dat upcyclen in een vorm en manier kan gieten die kinderen aanspreekt en die voor kinderen praktisch hanteerbaar is. Ik hoop in 2017 samen met het Exploratorium alles op papier uit te werken om het vervolgens in 2018 te realiseren.

"Soms werkt het en soms niet. Het kan gebeuren dat het van tevoren mooi lijkt bedacht, maar in de praktijk niets oplevert. Dan zie je dat zo'n glasblazer zijn belangstelling verliest en inzakt. Je moet dan snel iets nieuws bedenken, want anders krijg je hem niet meer aan de gang"

 
Wat ga je doen in Arnhem?
In 2017 opent Collectie de Groen zijn deuren, een private kunstcollectie in een jugendstilpand in het hart van Arnhem. Voor de entree van het pand maak ik een lichtinstallatie van mijn glazen konten. Die glazen konten zijn resten van mijn glazen objecten. Iedereen denkt dat ik een glasblazer ben, maar dat ben ik absoluut niet. Ik ben en ontwerper die om de zoveel tijd naar een glasblazerij gaat, zoals de glasblazerij van Ajeto in Tsjechië. In zo'n glaswerkplaats vraag ik aan de glasblazers of ze een bepaalde handeling kunnen uitvoeren. Zo'n handeling kan zijn dat de glasblazer de bol glas en zijn blaaspijp op een bepaalde manier beweegt, of het glas in een bepaalde mal blaast of drukt. Een handeling kan ook zijn dat de glasblazer gebruik maakt van verschillende lagen gekleurd glas of de druk binnenin het hete glas verandert of juist op een bepaald niveau houdt. Met dat soort handelingen die tot vormen leiden experimenteer ik al jaren. Soms werkt het en soms niet. Het kan gebeuren dat het van tevoren mooi lijkt bedacht, maar in de praktijk niets oplevert. Dan zie je dat zo'n glasblazer zijn belangstelling verliest en inzakt. Je moet dan snel iets nieuws bedenken, want anders krijg je hem niet meer aan de gang. Het kan ook zijn dat het in eerste instantie iets schitterends lijkt te worden, maar dan, van het ene op het andere moment, niets meer is. Glasblazen is een uiterst emotionele aangelegenheid. Euforie en diepe teleurstelling liggen vlak naast elkaar. Een heel mooi ding kan op het allerlaatste moment nog even in tweeën splijten. In beginsel gooit ik niets onmiddellijk weg, Dingen die op het eerste gezicht mislukt lijken, kunnen bij nader inzien tot een interessante en nog onbekende vorm leiden. Als ontwerper moet je van je nadeel een voordeel maken, vind ik. Ik heb ook altijd de glaskonten bewaard. Als de glasblazer klaar is met zijn werk, maakt hij een kerf. Hij snijdt met een roterende hete naald het object los van de massa die vastzit aan de blaaspijp. Wat overblijft is een rest, wat ik de glaskont noem, een halfrond met een gat waar de blaaspijp zat. Gewoonlijk gaan de resten de afvalcontainer in, maar ik heb ze er in de afgelopen jaren vaak weer uitgevist omdat ik ze zo mooi vind. Wat ik er mee wilde, wist ik aanvankelijk niet, maar nu weet ik het wel. Ik ga ze gebruiken voor mijn lichtinstallatie aan het plafond van de ingang van het gebouw van Collectie de Groen en die installatie moet er vóór de zomer van 2017 hangen.
 
Wat ga je in Afrika doen?
Of ik er echt iets ga doen, is nog niet zeker. Ik ben samen met Simon Barteling vanaf 2000 betrokken geweest bij samenwerkingsprojecten tussen Nederlandse kunstenaars en ontwerpers en Keniaanse glasblazers. Dat leverde voor iedereen veel op. De Kenianen maakten kennis met de westerse benadering van kunst en ontwerp en ik als ontwerper heb veel gehad aan het ongelooflijke improvisatievermogen van de Kenianen. Uiteindelijk zijn er ook Keniaanse glasblazers naar Leerdam gereisd om daar te werken en ervaring op te doen. Met de in Leerdam verworven kennis werden ze, terug in Kenia, onmiddellijk weggekocht door andere Afrikaanse bedrijven. Een beetje sneu voor het bedrijf dat hun opleiding in Leerdam betaalde, maar het project heeft ertoe bijgedragen dat er nu in Afrika overal glasblazerijen in bedrijf zijn. Ik ben door een ontwikkelingsorganisatie, die werkt met mensen met een beperking, gevraagd om een vergelijkbaar project op te zetten in Tanzania. Het is de bedoeling dat Nederlandse kunstenaars en ontwerpers gaan glasblazen met Afrikanen. Ik moet daar de komende tijd over nadenken. Niet alleen over de praktische kant van de zaak, maar vooral over het bij elkaar brengen van de nodige fondsen. Wat me interessant lijkt, is het bouwen van een aangepaste glasoven die je stookt met afvalplastic. In Afrika wordt net als hier veel plastic gebruikt, maar niemand ruimt het afval daarvan op. Het rampzalige gevolg is dat je in een wijde omtrek van steden en dorpen tot je enkels in het afvalplastic staat. Als je plastic heel heet verstookt in een aangepaste oven heb je milieutechnisch weinig problemen met wat er overblijft. Dat zou voor Afrikanen een mooie manier zijn om glas te blazen, geld te verdienen en tegelijkertijd af te komen van al het afvalplastic.
 
Website Arnout Visser: http://www.arnoutvisser.com/
 

 

terug »