Loading...

Blog

Bernadette Deddens (2004-2006)

MEER MOGELIJKHEDEN

Bernadette Deddens studeerde in 2004 af aan de afdeling Prduct Design van ArtEZ Arnhem en begon datzelfde jaar aan een masteropleiding van het Royal College of Art in Londen die ze in 2006 afrondde.

Peter Nijenhuis: Wat hebben Arnhem en Londen bijgedragen aan je ontwikkeling?
Bernadette Deddens: In Arnhem en in Londen had ik het geluk om les te krijgen van inspirerende docenten. Wilma Sommers, Klaartje Martens en Margriet Hovens leerden me in Arnhem hoe belangrijk het was om een eigen visie op het vak te ontwikkelen en hoe je dat kon doen. Ze openden ook mijn ogen voor de breedte van het ontwerpvak. In Londen aan de Royal College of Art waar ik DesignProducts studeerde heb ik me onder begeleiding van Noam Toran meer kunnen verdiepen in de subversieve natuur van de mens en onze gemaakte wereld van objecten en ideeën, iets waar ik in Arnhem al mee bezig was. Als ontwerper ben ik vooral geïnteresseerd in ideeën omtrent de gemaakte wereld. Ik en mijn partner Tetsuo onderzoeken tegenwoordig vooral de schakels tussen de natuurlijke en de gemaakte wereld en proberen daar vorm aan te geven. Arnhem en Londenhebben overigens niet alleen mijn ontwikkeling als ontwerper beïnvloed, maar ook mijn houding als docent.

Peter Nijenhuis: In 2009 startte je samen met Tetsuo Mukai Studio O Portable. Jullie begonnen in een piepklein atelier, maar zijn inmiddels gegroeid. Zijn er in Londen meer en andere opdrachtgevers dan elders?
Bernadette Deddens: Tetsuo en ik zijn als Study O Portable begonnen met het produceren van kleine gebruiksvoorwerpen met simpele functies, op eigen initiatief. In 2010 hebben we Workshop for Potential Design opgezet, een platform voor exposities en evenementen over design waarmee we onder andere vorm probeerden te geven aan de context van ons werk door het te plaatsen in gethematiseerde exposities tijdens het London Design Festival. Voor die exposities en evenementen nodigden we ontwerpers, kunstenaars, architecten en schrijvers uit. Workshop for Potential Design bracht ons in aanraking met galeries en curatoren en leidde tot opdrachten en verdere exposities. We hebben in Londen nu een aantal opdrachtgevers zoals de British Council en het Victoria & Albert Museum. Op uitnodiging van die instellingen hebben we net geëxposeerd in Zuid-Afrika. Particulieren en verzamelaars die ons werk kopen – en dat is opmerkelijk - zitten vooral in de Verenigde Staten en het Midden Oosten en veel minder in Groot-Brittannië Europa. Wij vragen ons wel eens af wat daar de verklaring voor is. Misschien heeft het te maken met het feit dat ons werk bestaat uit unica. Die zijn prijzig. Verzamelaars in Europa en Groot-Brittanniëe kopen gevestigde namen. In Amerika en het Midden-Oosten zit misschien meer nieuw geld. De mensen gaan er op hun eigen smaak af en kopen wat ze aanspreekt. Misschien zijn ze ook wat avontuurlijker. Overigens komen we aan dat soort kopers door onze activiteiten en contacten in Londen. Londen is vooral een heel groot knooppunt en dat is erg belangrijk geweest voor de ontwikkeling van onze studio. We zijn met heel weinig begonnen, maar wel gestaag gegroeid. En nu zijn we hier toch een onderdeel van een internationaal netwerk van ontwerpers, galeriehouders, journalisten en curators. Ik denk niet dat er hier per definitie meer opdrachtgevers zijn dan elders, maar wel dat er meer mogelijkheden zijn om op het internationale toneel mee te spelen. De mogelijkheden zitten hem misschien in het feit dat er simpelweg meer mensen uit het vakgebied in Londen zijn en dat ook meer van hen Londen bezoeken. Toch is de vraag en het antwoord een speculatief. Tetsuo, die in Arnhem mode studeerde, en ik zijn direct na onze BA-studies uit Nederland vertrokken. We hebben er nooit als ontwerpers gewerkt.

Peter Nijenhuis: Je bent tegenwoordig docent aan het Londen College of Fashion en docent aan de kunstacademie van Bath. Kun je uitleggen wat je daar doet en wat naar jouw mening het verschilis tussen het Britse en het Nederlandse kunstonderwijs?
Ik zou niet heel goed kunnen beschrijven wat het verschil is tussen het Engelse en Nederlandse kunstonderwijs omdat ik al ruim 10 jaar niet echt de ontwikkelingen in het Nederlandse kunstonderwijs heb gevolgd. Het Nederlandse onderwijs zal ongetwijfeld veranderd zijn. Bath Spa University en de London College of Fashion zijn in opzet heel erg verschillend. Aan de London College of Fashion geef ik les in design aan derdejaars, afstuderende studenten van de afdeling Fashion Jewellery en ik begeleid hun afstudeerprojecten. De opleiding is vrij specialistisch. Aan Bath Spa University geef ik les in ontwerpen aan tweedejaars studenten van de afdeling 3D Design, Idea, Material Object. Het is een opleiding met een brede kijk op het ontwerpvak. Wat mijns inziens een belangrijk verschil is dat de opleidingen hier in Engeland zich meer concentreren op de afzonderlijke disciplines en dat interdisciplinair werk minder vanzelfsprekend is. In Arnhem kon je in mijn tijd bij wijze van spreken als student Product Design een dag bij mode achter een naaimachine gaan zitten zonder dat ze lastig deden. Het Royal College of Art telt acht verdiepingen. Iedere verdieping heeft een eigen werkplaats. Maar het is niet de bedoeling dat jij als student van Design Products iets gaat doen op de werkplaats van grafisch ontwerpen of een ander opleiding. Daar kwam ik tot mijn schrik en verbazing heel snel achter. Binnen de afdeling Design Products is er uiteraard een heel gevarieerde groep studenten en de diverse platforms met hun eigen benadering van het vak. Wat dat betreft is een opleiding aan het Royal College weer heel interdisciplinair.

Website Studio Portable

Peter Nijenhuis 04 04 2014
 

terug »