Loading...

Blog

JULIA JANSSEN: BANK OF ONLINE HUMANITY

11-12-2017
Bank of Online Humanity is een speculatief systeem van een toekomst waarin data een valuta-eenheid is en privacy een handelswaar. Dit kwam voor mijn afstuderen als grafisch ontwerper aan ArtEZ tot uiting in een ruimtelijke installatie waarin het publiek door middel van verschillende elementen kennis maakte met dit concept. Momenteel werk ik - in samenwerking met specialisten op het gebied van economie, datajournalistiek, informatierecht en data science - samen om een online game te ontwikkelen waarin de speler door middel van verschillende gedrags- en gedachten experimenten meer leert over de invloed van big-data op ons als individu en op de samenleving. Het gaat hierbij om een combinatie van waarheid, wetenschap en onderzoek met fictie, speculatie en fantasie. Om zo kritisch te reflecteren op actuele ontwikkelingen op het gebied van economie en digitalisatie.
 
We zijn allemaal getransformeerd in oneindige bronnen van informatie. Elke stap die we zetten laat een digitaal broodkruimelspoor achter. Elke foto die we posten toont onze interesses, waar  en met wie we zijn. Elke betaling geeft inzicht in ons uitgavenpatroon, koopgedrag en inkomsten. Online surfgedrag, de zoektermen die we op google intypen en de websites die we bezoeken, toont onze persoonlijkheid. Onze vragen, onze onzekerheden en onze voorkeuren.

Elke stap die we zetten laat een digitaal broodkruimelspoor achter


Deze informatie, hoewel persoonlijke data, wordt constant geregistreerd en geanalyseerd door bedrijven, overheidsinstanties en onderzoeksinstelling om ons als persoon, maar ook als mensheid beter te leren kennen. Commerciële bedrijven verdienen hier veel geld aan, door middel van ‘predictive targeting’ - een systeem waarmee ze door middel van algoritmes ons gedrag kunnen voorspellen en mogelijk ook beïnvloeden door op maat gesneden advertenties te creëren. Maar ondanks deze enorme handel in data staan wij, de feitelijke producenten van de persoonsgegevens, ze momenteel gratis af.

Mijn afstudeerproject, Bank of Online Humanity begon als een onderzoek naar het eigendomsrecht van deze data. Omdat wij momenteel geen enkele vorm van macht of controle kunnen uitoefenen. Een interessant startpunt van dit onderzoek was het boek van computer guru Jaron Lanier, die het volgende zegt over dit fenomeen: “Your information might be owned by you, but you don’t have the power of ownership. You don’t have the power to decide not to sell it, you don’t have the power to set your own price, you have no power at all. Because the problem is you have to click through on this agreements. There are third parties who aggregate the information and analyze you, those parties control your information. Whether they own it technically is a different question, but they control your information.” Lanier zegt hier dus dat hoewel wij technisch gezien misschien wel onze eigen informatie zouden bezitten, wij er geen controle over hebben. Dat ligt bij de partijen die de informatie gebruiken.

Ondanks de enorme handel in data staan wij, de feitelijke producenten van de persoonsgegevens, ze momenteel gratis af


Bedrijven als Facebook zetten in hun servicevoorwaarden dat wanneer je gebruik maakt van de server je automatisch akkoord gaat. Waarin vervolgens vermeld wordt dat ze hierdoor toegang krijgen tot al je persoonlijke gegevens, je gedrag analyseren en financieel profiteren. Het lijkt alsof er ons een keus wordt geven - want wil je dus niet dat je gegevens op een server terecht komen, dan maak je toch geen gebruik van google, neem je een Nokia 3310 en een anonieme bonuskaart van de Albert Heijn. Niemand die je dan in de gaten kan houden toch? Helaas is die aanname onterecht. We kunnen namelijk nauwelijks voorkomen dat persoonsgegevensregistratie plaatsvindt. Zo is bij de meeste werkgevers en universiteiten een G-mail account, Google Drive en Google Kalender (of dezelfde set aan tools van bijvoorbeeld Apple) al verplicht. Wil je meedoen in de maatschappij dan is Whatsapp, Instagram en Netflix een vereiste.

Er wordt ons dus een schijnkeus gegeven. Omdat we zo gestuurd worden dat we wel mee moeten doen in de rages en akkoord moeten gaan met de voorwaarden van elk platform. En zeg nou zelf, hoe erg is het dat de Albert Heijn je persoonlijke aanbiedingen stuurt? Dat Netflix je voorstellen doet van goede films die je anders over het hoofd had gezien? We hebben toch niks te verbergen? En we willen profiteren van de fantastische mogelijkheden van deze nieuwe wereld, dus nemen we de consequenties snel voor lief.

Het veel voorkomende argument ‘Ik heb toch niks te verbergen’ is eigenlijk een compleet irrelevante opmerking. Het recht op privacy gaat namelijk niet perse om een privaat of individueel recht. Het gaat erom dat wij als burgers beschermd worden tegenover bedrijven maar ook tegenover overheidsinstellingen. Het kan wel zijn dat je niks te verbergen hebt, maar dat betekent niet dat we ons recht op de controle en bescherming van onze eigen persoonsgegevens zomaar overboord moeten kieperen. Want de feitelijke keus is: de voorwaarden accepteren, of je afsluiten van de moderne samenleving. Dit noem ik data-slavernij.

Maar wat moet er dan veranderen? Belangrijk is dat we inzien dat data niet langer een vaag begrip is, maar dat het echt een concreet handelswaar is. En dan ook nog eens van enorme waarde. We moeten zoeken naar eerlijke manieren om data in te zetten in onze maatschappij. En misschien moeten we data wel net zo behandelen als dat we een product of dienst behandelen. Als geld. Jaron Lanier pleit in zijn boek ‘Who Owns the Future’ voor een systeem waarin mensen de keus zouden moeten krijgen of ze hun persoonlijke data privé willen houden, weggeven of verkopen. In dit boek voorspelt Lanier dat privacy hierdoor de vorm zou kunnen aannemen van een commercieel recht.

De feitelijke keus is: de voorwaarden accepteren, of je afsluiten van de moderne samenleving - dat is data-slavernij


En privacy is natuurlijk een belangrijk thema als we het hebben over data. Maar in dit project wil ik eigenlijk voorbij gaan aan de bescherming ervan, maar focussen op een andere invalshoek. Misschien is een herdefinitie, zoals die van Lanier, wel nodig om het functioneel te houden in moderne ontwikkelingen. Professor Alex Pentland van MIT zegt bijvoorbeeld: “Wanneer we onszelf als mensheid en ons gedrag beter begrijpen, kunnen we de samenleving veel beter en functioneler inrichten. Bijvoorbeeld ziekte epidemieën voorspellen, infrastructuur efficiënter maker en criminaliteit tegengaan.” Hij noemt deze nieuwe manier van observatie ‘a real computational science of human behaviour’. En vindt dat de data ten allen tijde beschikbaar moet zijn voor het algemeen belang, maar dat tegelijkertijd de burgers worden beschermd tegen misbruik van persoonsgegevens. Een essentiële opmerking, maar tegelijkertijd ook de grootste uitdaging.

Dit hele onderzoek naar data heb ik in verband gebracht met een heel ander toekomstig economisch ideaal: een onvoorwaardelijk basisinkomen. Een principe dat stelt dat iedereen - ongeacht leeftijd, welvaart, gezondheid - elke maand een inkomen zou moeten ontvangen dat voldoende is om in minimale levensbehoefte te voorzien. Maar men zou daarnaast wel een ander inkomen, uit bijvoorbeeld werk, moeten hebben om welvarend te zijn. Experimenten met een basisinkomen tonen dat het systeem  gezondheid verbetert, welvaart en werkgelegenheid bevordert, vrijwilligerswerk stimuleert, dat het welvaartsongelijkheid afneemt, en part- time werk realiseerbaar maakt. In de theorie een interessant ideaal, toch zijn veel mensen hier sceptisch over. Het zou onrealistisch en onbetaalbaar zijn voor overheden om zoiets te financieren.
Door deze theorieën en ideeën met elkaar in verband te brengen, vielen voor mij eigenlijk alle puzzelstukken op zijn plek:
  • Het eigendomsrecht van data, in de vorm van het kapitaal wat ermee verdiend wordt, zou in handen moeten zijn van de producenten van data
  • Dat wil zeggen dat we betaald zouden moeten krijgen voor onze data
  • Dat wil zeggen, dat zoiets als een basisinkomen niet gefinancierd wordt vanuit overheden, maar vanuit de commerciële sector
Het is voor nu een gedachte-experiment, maar bedenk dat de rijkste 80 mensen, meer geld hebben dan de armste helft van de wereld. Om er een paar te noemen: eigenaren van Microsoft, Amazon en Facebook. Bedrijven die gebouwd zijn op het verzamelen, beïnvloeden of verkopen van gedragspatronen, omdat ze gemiddeld 52% van hun omzet hieruit halen. Een kapitaal dat we best beter zouden kunnen verdelen, wanneer zij ons gaan betalen voor het gebruik van deze informatie.
Dit onderzoek kwam tot uiting in de boardroom van de ‘Bank of Online Humanity’. Een soort onpartijdige schakel tussen mens en bedrijf. Dat aan de ene kant de data verzamelt, opslaat en er een inkomen voor teruggeeft . En aan de andere kant de data doorverkoopt aan bedrijven.

Als we betaald zouden krijgen voor onze data zou een basisinkomen zo gefinancierd kunnen worden vanuit de commerciële sector  

In dit systeem zijn alle ‘typen’ data gedefinieerd als valutawaarden. En zijn menselijke eigenschappen van invloed op de waarde van de data. Deze eigenschappen zijn samengevoegd tot data-profielen die allemaal een andere score hebben op elke eigenschap waardoor ze allemaal een ander data-inkomen zouden hebben. En met deze profielen wil ik eigenlijk de nadruk leggen op een ultieme vorm van menselijke standaardisatie, alsof we bijvoorbeeld in de toekomst mensen niet meer categoriseren op basis van cultuur, etniciteit en religie, maar op basis van status, gedrag en behoefte.
Met dit gedachte-experiment hoop ik meer bewustwording en kennis over deze onderwerpen te verspreiden, en thema’s als de verandering van privacy bespreekbaar te maken. Het is dus niet de bedoeling om een ethisch correct of politiek uitvoerbaar systeem neer te leggen, maar dit juist tot een extreem scenario te brengen, om mensen aan het denken te zetten. Zodat we op zoek gaan naar systemen die kunnen zorgen voor een goed werkende, veilige, data-gedreven samenleving.

Research based grafisch ontwerper Julia Janssen schreef dit artikel naar aanleiding van haar presentatie op de OPA avond The Dark Side

julia-janssen.nl
 
 

terug »