Loading...

Blog

Pauline van Dongen

22-05-2016
Je bent in 2010, na het behalen van je masterdiploma, begonnen met je eigen label. Een van de zaken waarmee je je van begin af aan onderscheidde, was het onderzoek en het gebruik van nieuwe, technisch geavanceerde materialen en technieken. Dat doe je nog steeds. Een voorbeeld daarvan is jouw Solar-shirt. Doordat de stof door middel van prints is voorzien van zonnecellen, is het mogelijk om zonne-energie op te slaan en te gebruiken voor het opladen van een telefoon of een ander apparaat. Dat is nog maar een begin, lijkt me. De technologie van bijvoorbeeld slimme garens maakt het mogelijk om bepaalde vormen van menselijke gedrag, zoals toezichthouden, controleren, waarschuwen en prikkelen, een deel te laten worden van kleding. Je kunt je een toekomst voorstellen waarin een kledingstuk je bewegingen registreert, je temperatuur, de kwaliteit van de lucht en de uitscheiding van bepaalde stoffen via je huid. Op grond daarvan geeft het kledingstuk je bepaalde adviezen: ga eens op tijd naar bed, beweeg wat meer, eet beter of neem wat rust en zoek het gezelschap van andere mensen... Zie je wat dat betreft voor jezelf een rol weggelegd en zijn er volgens jou praktische mogelijkheden om dat op korte termijn achterna te jagen?

Ik denk dat het onvermijdelijk is dat interactiviteit en connectiviteit een steeds grotere rol in onze samenleving gaan spelen. Ik denk ook dat het steeds belangrijker wordt om deze ontwikkelingen te blijven bevragen

Het opladen van je telefoon middels je kleding is nog maar het begin, evenals het tracken en monitoren van biometrische lichaamsdata. De potentie van de combinatie van mode en technologie ligt beschoren in het feit dat kleding altijd heel dicht op onze huid zit en daarmee een heel intieme verbinding tot stand kan brengen. Het beïnvloedt hoe we ons voelen en gedragen, zowel fysiek als emotioneel, en speelt een rol in hoe we ons verhouden en uiten als individu ten opzichte van anderen om ons heen. De mogelijkheden wat betreft sensoren, actuatoren, slimme materialen en interactieve vormen van expressie zijn eindeloos. Ik zie voor mijzelf de rol weggelegd om enerzijds te bepalen welke technologieën echt relevant zijn. De vraag is voor mij waar we als mensen iets aan hebben - of dat nu is op het vlak van de functionaliteit, esthetisch of in de vorm van beleving en gevoel - en waar de industrie mee kan worden vernieuwd. Anderzijds zie ik het als mijn opgave om deze nieuwe mogelijkheden te vertalen in goed ontwerp en ze op een aantrekkelijke en comfortabele, non-invasieve manier te integreren in kleding.

 De potentie van de combinatie van mode en technologie ligt beschoren in het feit dat kleding altijd heel dicht op onze huid zit en daarmee een heel intieme verbinding tot stand kan brengen

 
Een ander, mogelijk gevolg van het toepassen van nieuwe materialen en technologieën ligt om het vlak van de vorm en de esthetiek. Kledingstukken van nieuwe materialen zullen anders reageren op de bewegingen, de vorm en de warmte van het lichaam. In bepaalde opzichten is dat wellicht lastig, maar het biedt ook de kans om de nu heersende vormtaal of esthetiek te doorbreken. Is dat iets wat je interesseert en wat je verder zou willen onderzoeken?
Ja dat is zeker iets wat ik heel erg fascinerend vind. Het feit dat we dankzij nieuwe technologieën in staat zijn om het gedrag van materialen te programmeren en ze een actieve rol kunnen laten spelen, zorgt ervoor dat we een heel nieuw en dynamisch karakter aan kleding kunnen geven. Ik denk dat de aandacht voor die nieuwe vorm van expressie mijn werk onderscheidt van de meeste wearables die vooral door technologie en functionaliteit gedreven worden en daardoor geen aansluiting vinden bij de drager en niet goed integreren in de lifestyle van de doelgroep
 
Het integreren van kleding, mode, wetenschap en technologie lijkt een proces van zoeken en proberen. Een niet onbelangrijk aspect daarbij lijkt het vergaren van kennis, je moet weten wat er allemaal gebeurt en kan op technologisch vlak. Hoe vergaar je dat soort kennis?
Ik denk dat je allereerst een heel nieuwsgierige houding moet hebben en altijd moet openstaan voor nieuwe ideeën en perspectieven, met name voor de dingen die je niet weet of niet begrijpt. Dat laatste drijft mij ertoe om er dieper in te duiken, veel te lezen, referenties te zoeken en op zoek te gaan naar mensen, bedrijven of researchcenters die me op weg kunnen helpen en de juiste context kunnen bieden. Het bezoeken van beurzen op het gebied van textiel, nieuwe materialen en technologie kan je daarbij helpen. Je kunt er ontzettend veel kennis en inzichten opdoen. Ik denk dat je een brede kijk moet ontwikkelen op de industrie. Je kunt je blindstaren op het werk dat je in je eigen studio uitvoert, maar om iets te maken wat op grotere schaal impact en relevantie heeft, zal je het moeten plaatsen in de context van de gehele keten en alle processen die daarbij komen kijken.

Je kunt je blindstaren op het werk dat je in je eigen studio uitvoert, maar om iets te maken wat op grotere schaal impact en relevantie heeft, zal je het moeten plaatsen in de context van de gehele keten en alle processen die daarbij komen kijken


Een ander niet onbelangrijk aspect lijkt de hulp van mensen die over bepaalde kennis en vaardigheden beschikken en die niet zelden aan de andere kant van de wereld wonen. Lukt het altijd om dat soort mensen aan te spreken en mee te krijgen?
Al mijn werk is gebaseerd op interdisciplinaire samenwerkingen. Uiteraard is het niet altijd gemakkelijk om de juiste mensen te vinden, je moet immers een visie met elkaar delen. En daarnaast is werken op afstand soms een uitdaging, maar tegelijkertijd heb ik gemerkt dat mijn werk ook juist deuren opent en een goede 'conversation starter' kan zijn. Het biedt me vaak de kans om mooie reizen te maken en bijzondere mensen en plekken te leren kennen. Het blijft wel belangrijk om mensen buiten mijn eigen vakgebied te overtuigen van het belang van goed design. Dat laatste gaat niet vanzelf, het is soms een heel proces. Je kunt het vergelijken met het gezamenlijk ontwikkelen van een nieuw soort taal en nieuwe kennis en dat is telkens een fantastische ervaring.
 
Hoe belangrijk is een onderzoeksprogramma als Wearable Senses van de Technische Universiteit van Eindhoven en zijn er in dit verband nog andere programma's en centra te noemen?
Wearable Senses is heel erg belangrijk, zeker gezien het feit dat het al zo’n 8 jaar geleden is opgezet. Op dit terrein was het een koploper en dat is het nog steeds. Voor mij persoonlijk is het een belangrijke plek omdat ik er mijn onderzoek voor mijn PhD uitvoer en dus nauw contact heb met alle mensen die aan Wearable Senses verbonden zijn. Andere belangrijke plekken zijn SLEM, een centrum voor schoeninnovatie in Waalwijk met een heel sterke focus op 3D-printen, het TextielLab in Tilburg en de verschillende door het land verspreide FabLabs. Hogeschool Saxion biedt veel faciliteiten en machines aan hun studenten op het gebied van technisch textiel en de integratie van nieuwe garens. Belangrijk is ook Holst Centre, expert op gebied van stretchable electronics, ofwel geprinte elektronica die door middel van laminatie-technieken op textiel aangebracht wordt. Samen met Holst Centre heb ik het Solar Shirt ontwikkeld. Natuurlijk moet ik hier ook het Future Makers of Fashion & Design van ArtEZ in Arnhem noemen, een Centre of Expertise, en de interessante programma’s van het lectoraat Fashion Research & Technology van het Amsterdam Fashion Institute.
 
Geloof je dat onze toekomst bepaald zal worden door nieuwe, slimme, interactieve objecten, waaronder kledingstukken, waardoor ons bestaan verder zal evolueren?
Ik denk dat het onvermijdelijk is dat interactiviteit en connectiviteit een steeds grotere rol in onze samenleving gaan spelen. Ik denk ook dat het steeds belangrijker wordt om deze ontwikkelingen te blijven bevragen. Het gevaar schuilt in het feit dat we soms zo gedreven worden door technologie, dat we voorbijgaan aan de impact die het op langere termijn heeft op ons leven en onze omgeving. Technologie, zoals Kevin Kelly die omschrijft in zijn boek What Technology Wants, geeft ons continu nieuwe mogelijkheden. Die mogelijkheden kunnen goed of slecht zijn, een positief of een negatief effect hebben. Het is aan ons mensen om te beslissen hoe we die technologie gebruiken en welke keuzes we maken.
 
Zijn er in Nederland voldoende fondsen en andere middelen om onderzoek zoals jij dat doet, mogelijk te maken?
Ik denk dat Nederland een belangrijke stap gemaakt heeft met het benoemen van de creatieve industrie als een van de zeven topsectoren. Vergeleken met de landen om ons heen hebben we volgens mij aardig wat middelen om onderzoek te financieren. Zo doe ik zelf bijvoorbeeld een PhD-onderzoek aan de Technische Universiteit van Eindhoven binnen het door NWO gefinancierde project Crafting Wearables. Ook op gebied van innovatie en cross-disciplinaire samenwerking zijn er fondsen en subsidies te vinden. Ik denk dat het voor een land als Nederland essentieel is, omdat we op die manier internationaal gezien een herkenbare en competitieve positie kunnen waarborgen.
 
Website Pauline van Dongen: http://paulinevandongen.nl/
 

terug »