Loading...

Blog

Przewalski: WIJ ZOUDEN NIET ZO GOED ZIJN GEWEEST IN WAT WE DOEN, ALS WE NIET STEEDS ONS EIGEN, VRIJE WERK HADDEN GEMAAKT

13-02-2017

GEA GREVINK EN PETER VAN DER GULDEN (PRZEWALSKI ONTWERPERS): WIJ ZOUDEN NIET ZO GOED ZIJN GEWEEST IN WAT WE DOEN, ALS WE NIET STEEDS ONS EIGEN, VRIJE WERK HADDEN GEMAAKT

INTERVIEW Peter Nijenhuis
 
Gea Grevink studeerde één jaar Monumentale Vormgeving aan wat nu ArtEZ heet en in de jaren tachtig van de vorige eeuw de Academie voor Beeldende Kunsten Arnhem, en stapte vervolgens over naar de afdeling Grafische Vormgeving, waar ze in 1986 afstudeerde. Peter van der Gulden studeerde achtereenvolgens biologie, psychologie en massacommunicatie in Nijmegen, maar maakte geen van die studies af. Grevink en Van der Gulden begonnen begin jaren negentig het bureau Przewalski Ontwerpers.
 
Jullie hebben sinds de jaren tachtig een relatie en inmiddels ook twee kinderen, maar waarom gingen jullie ooit samenwerken?
Gea Grevink: We ontdekten al snel dat we dezelfde belangstelling hadden. We houden allebei van tekenen. Als we in een stad zijn, is het vanzelfsprekend dat we ergens stoppen om daar een uurtje te tekenen. Tekenen is de kern van onze manier van werken geworden. Als we aan een opdracht werken voor klanten, of voor onszelf vrij werk maken, onderzoeken we vragen en problemen al schetsend. Ik bekijk Peters schetsen en reageer daarop met mijn eigen schetsen. Als we overleggen met onze klanten laten we ze altijd al onze schetsen zien. Behalve een voorkeur voor tekenen delen Peter en ik een liefde voor papier, voor vouwwerk en vouwboekjes, voor plattegronden en modelbouwplaten. Onder andere met onze plattegronden en modelbouwplaten hebben wij ons als bureau onderscheiden. Als je zoveel deelt is het logisch dat je samenwerkt. Dat is ook min of meer vanzelf gebeurd. Ik had op een gegeven moment een opdracht en Peter schoof aan.

We houden allebei van tekenen. Als we in een stad zijn, is het vanzelfsprekend dat we ergens stoppen om daar een uurtje te tekenen.

 
Waar verdienden jullie in de jaren negentig, toen jullie als ontwerpbureau begonnen, de kost mee?
Peter van der Gulden: De wereld van de opdrachtgevers en grafisch ontwerpers zag er in de jaren negentig anders uit dan nu. Internet stond in de kinderschoenen en was niet zoals nu allesbepalend. Culturele instellingen traden naar buiten met drukwerk en voor het ontwerpen en drukken daarvan hadden ze geld. We kregen in de jaren negentig opdrachten van Uitgeverij De Prins, onder andere voor Hotel New York Rotterdam, woningcorporaties en Filmhuis Arnhem. In de jaren negentig speelden agentschappen een grote rol. Die zijn nu grotendeels verdwenen. Iedereen kan tegenwoordig op internet zelf een ontwerper of illustrator zoeken. Toen dat nog niet zo was, zochten agentschappen voor reclamebureaus naar geschikte ontwerpers en illustratoren om klussen uit te voeren. Daar kon je goed geld mee verdienen, al was het weleens een gestrest gedoe. Je kreeg bij wijze van spreken op vrijdagmiddag een fax of je een klus wilde doen en of je die dan maandagochtend klaar kon hebben.
Gea Grevink: Een hele goede en interessante opdrachtgever was een woningcorporatie in Ede. De woningcorporatie vroeg ons voor een aantal niet-reguliere klussen. Dat soort klussen is vaak het meest uitdagend. We werden onder anderen gevraagd voor het ontwerpen van de bewegwijzering, de bibliotheek en een leestafel in hun nieuwe pand. We maakten een bouwplaat annex verhuisbericht en kregen kunstopdrachten in de openbare ruimte.

De ervaring leert dat klanten vaak niet met werkelijke vragen komen, maar met zelfbedachte oplossingen die ze als vraag formuleren.

 
Was en is dat zo'n beetje jullie profiel: ontwerpers voor niet-reguliere klussen?
Gea Grevink: Wij zijn goed in het oplossen van lastige vraagstukken met veel en complexe informatie. We kregen in 2013 de opdracht om de Arnhemse centrumkaart te maken en afgeleide versies daarvan, bedoeld voor specifieke toepassingen. De bestaande kaarten zijn niet altijd overal even juist, logisch of duidelijk. Er moet op zo'n centrumkaart zoveel informatie dat de kaart als snel onoverzichtelijk en onbruikbaar wordt. Om dat te vermijden moet je je allereerst verdiepen in hoe mensen kaarten lezen en gebruiken. Vervolgens moet je kijken hoe je de werkelijke situatie het best kunt weergeven. Je moet keuzes maken als het gaat om wat je toont en wat je weglaat, om een bruikbare kaart te maken. Als je je werk goed doet, spreekt dat zich door. We hebben nu de opdracht van het RBT KAN, het Regionaal Bureau voor Toerisme Knooppunt Arnhem Nijmegen, om vergelijkbare informatieve kaarten te maken.
Peter van der Gulden: De ervaring leert dat klanten vaak niet met werkelijke vragen komen, maar met zelfbedachte oplossingen die ze als vraag formuleren. Je moet je altijd afvragen of de zelfbedachte oplossing een antwoord is op het probleem en of dat probleem wel goed is geanalyseerd. Op vragen die geen vragen zijn, gaan we niet in. In plaats daarvan gaan wij op zoek naar het echte probleem, de vraag die daaruit zou moeten voortvloeien en het antwoord daarop.
 
Hoe doe je dat?
Gea Grevink: Wij doen het door alles, ook de meest voor de hand liggende aspecten van een opdracht, uit te tekenen. Wij analyseren en vinden oplossingen door te schetsen en onze schetsen uit te wisselen en aan te knopen bij de mogelijkheden van elkaars schetsen. Grafisch ontwerpen is tenslotte een beeldend vak.
Peter van der Gulden: Wij hebben naast onze opdrachten altijd ons eigen, vrije werk gemaakt. Gea maakt dessins, sieraden, concertschetsen en boeken. Met vrij werk begeef je je buiten je eigen vakgebied. Dat draagt bij aan je eigen ontwikkeling en is uiteindelijk ook in het voordeel van je klanten. Wij zouden niet zo goed zijn geweest in wat we doen, als we niet steeds ons eigen, vrije werk hadden gemaakt. Door die eigen, vrije projecten ontwikkel je visie, vaardigheden en kennis die anderen niet hebben. Ik experimenteer op dit moment met SVG, scalable vector graphics, en PHP, een scripttaal om webpagina's te generen. Die combinatie maakt het mogelijk om een programma te schrijven en toevalsgetallen in te voeren waarna de computer een plattegrond produceert van een niet bestaande, virtuele stad, met gebouwen, voorzieningen, haltes en lijnen van het openbaar vervoer en de namen van denkbeeldige beroemde inwoners. Je kunt er van alles aan toevoegen. De plattegrond kun je in de winter laten vermelden waar zich de kerstmarkten bevinden. Dat ik de kennis en de ervaring die ik met dit vrije project heb opgedaan zal gebruiken voor opdrachten en praktische toepassingen ligt min of meer voor de hand. Ik ben secretaris van een volkstuindersvereniging met verschillende volkstuinterreinen in de stad. Met behulp van de SVG-PHP-combinatie heb ik interactieve plattegronden  gemaakt van alle terreinen van de vereniging met gegevens over de tuinen en de tuinders. Nu kan ik als secretaris snel en duidelijk inzicht krijgen in hoe de zaken ervoor staan. Ook als ik deze kennis niet verder gebruik, heb ik er toch van geleerd en heeft het hele project mijn enthousiasme voor mijn eigen vak nog eens extra aangewakkerd. Er zijn gelukkig nog steeds een hoop nieuwe dingen te ontdekken en te ontwikkelen. Voor ons hebben onze opdrachten, onze eigen interesses en ons eigen, vrije werk altijd dicht bij elkaar gelegen. Dat was zo omdat we altijd leuke opdrachten kregen, niet de routineklussen, maar de krenten in de pap. In feite maakten onze opdrachtgevers het mogelijk om bezig te zijn met onze interesses. Dat heeft overigens ook een keerzijde.
 

Voor ons hebben onze opdrachten, onze eigen interesses en ons eigen, vrije werk altijd dicht bij elkaar gelegen.


Welke?
Peter van der Gulden: Toen in 2008 de crisis aanbrak, werden de krenten aanzienlijk minder. Dan mis je, vanuit economisch standpunt gezien, de pap, maar misschien moet je die pap ook wel niet willen.
 
Heeft de kredietcrisis er flink ingehakt?
Peter van der Gulden: De kredietcrisis liet zeker zijn sporen na. Maar het is niet alleen de crisis waardoor alles is veranderd. Een van onze beste jaren, qua inkomsten wel te verstaan, was 2013, nota bene midden in de crisis. Ik denk dat digitalisering en internet evenveel impact hebben gehad als de kredietcrisis. Op talloze terreinen is het verdienmodel radicaal veranderd. Dat dwingt je om opnieuw je positie te bepalen.
 
Hoe hebben jullie dat in het afgelopen jaar gedaan?
Gea Grevink: We hebben vorig jaar goed nagedacht over wat we wel en niet moeten doen. We kregen wekelijks aanvragen van particulieren voor bestaande, door ons ontworpen bouwplaten, die ze dan bijvoorkeur als PDF wilden ontvangen om uit te kunnen printen. Blijkbaar zien mensen ons als een winkel, maar die hebben we niet, wij zijn ontwerpers. Iedere ontwerper weet uit ervaring dat je benaderd kunt worden voor opdrachten die niet bij je passen, bijvoorbeeld omdat het geen echte ontwerpklussen zijn of omdat jij als ontwerper gewoon te duur bent voor zo'n opdracht. Nu alles op grafisch gebied op z'n kop staat, moeten wij mensen weer uitleggen wat wij als grafisch ontwerper wel en niet kunnen bijdragen. Om ons wat dat betreft duidelijker te profileren hebben we onze website grondig veranderd. Dat was een flinke klus, ik verwacht dat we daar in 2017 de vruchten van gaan plukken.
 
Wat zijn jullie voornemens voor 2017?
Gea Grevink: Altijd eerlijk zijn tegen klanten en tegen jezelf. Je hebt weleens de neiging om ja te zeggen tegen klussen vanwege het geld, ook al vind je zo'n klus niet bij je passen. Dat moet je niet doen. Dingen doen waar je geen plezier in hebt, is een aanslag op je humeur en je gezondheid. Wat we in 2017 ook beslist willen doen is het doorbreken van het digitale isolement. Door internet neig je ertoe om je klanten en de bedrijven waar je mee samenwerkt zoveel mogelijk per mail te benaderen. Het bespaart tijd, maar je mist het contact met mensen en het voeren van een behoorlijk gesprek. Vanaf nu gaan we dat anders doen. In 2017 gaan we weer aan tafel zitten met onze klanten, vak- en branchegenoten.
 

terug »