Duurzaamheid, het jaarthema van OPA, strekt zich uit over alle ontwerpdisciplines. Op 18 mei was de mode aan de beurt. Een belangrijke sector: bij de productie en verwerking van textiel is veel milieuwinst te halen, zo bleek uit de presentaties.
Natascha van der Velden is verbonden aan de TU Delft. Ze houdt zich al jaren bezig met Green Fashion en vertelde over haar promotieonderzoek naar duurzame kleding ontwikkeling. Ze legde uit dat verbeteringen in de keten van leveranciers (Supply Chain Management) meestal gericht zijn op het versnellen van processen en het verlagen van de kostprijs. Bij Integrated Chain Management wordt verband gelegd met een duurzame en verantwoorde manier van produceren.
In de textielindustrie concentreren veel inspanningen zich op katoen en op de ‘natte’ productieprocessen: het bleken en verven van garens en doek. Zeer vervuilende en onveilige chemische processen, waaraan veel te verbeteren valt.
Twee cases illustreerden haar verhaal. Het kleine textielbedrijf Bergman Rivera bouwde vanaf de jaren ’80 een volledig biologische productieketen op, van de omscholing van Peruaanse katoenboeren tot en met het afgewerkte doek. Hennes&Mauritz, vele malen groter, is vanaf de jaren ’90 met een vergelijkbare ontwikkeling bezig.
Jacqueline Streng werkt als modeontwerpster voor het kinderkledingmerk Imps&Elfs. Zij vertelde hoe ze de directie van het merk wist te overtuigen van nut en noodzaak van verantwoord produceren. De omslag kwam toen het bedrijf inzag dat dit kansen bood voor een interessante marketingstrategie.
Imps&Elfs is aangesloten bij MADE-BY, een paraplulabel voor duurzame en fairtrade mode. MADE-BY heeft een track & trace-systeem waarmee de consument de duurzaamheid van een aanschaf kan controleren. Via een speciale code in het kledingstuk kun je nazoeken welke weg het heeft afgelegd van katoenpluis tot jurk of broek. Daarbij gaat het niet alleen over milieuaspecten, maar ook over arbeidsomstandigheden.
Streng benadrukt dat Imps&Elfs ‘gewoon’ modieuze kleding produceert. Stijl en prijsniveau zijn niet veranderd. Streng: “Alles wat je in conventionele katoen doet, kan ook in biologische katoen.”
Rianne de Witte hield zich al tijdens haar modeopleiding bezig met de vraag: hoe maak ik duurzame ontwerpen, die langer dan één seizoen meegaan? Als zelfstandig ontwerpster ging ze op zoek naar geschikte leveranciers en productiemogelijkheden. Daarbij liep zij in de vroege jaren ’90 aan tegen het hardnekkige geitenwollensokken-imago van duurzame kleding. Dat veranderde slechts langzaam. Op beurzen hing nog een sterk ‘ongebleekt ecosfeertje’, het bleek lastig om goede materialen te vinden. Toch heeft ze in de loop der jaren een flink netwerk van leveranciers weten op te bouwen. Haar streven naar duurzaamheid betekent niet dat ze zich hoeft te beperken in haar materiaalgebruik. Zo verwerkt ze niet alleen katoen, maar ook biologische wol, biocel viscose, jute, hennep, linnen en plantaardig gelooid leer.
De presentaties lieten zien dat volledig duurzaam en verantwoord produceren in de praktijk nog lang niet altijd haalbaar is, maar dat er wel degelijk veel gebeurt. Daarnaast is er nog een wereld te winnen bij de slecht geïnformeerde, koopjesbeluste, afvalproducerende consument…