Loading...

Verslag Big Data

Monnikenwerk

19-01-2017
Monikkenwerk

Op donderdag 19 januari presenteerde OPA: Monnikenwerk. De eerste avond in het kader van het jaarprogramma 2017: Bigger, Better, Faster! waar alles draait om actuele vragen over jagers, onthaasters, on-demand, snelheid en vertraging. Deze avond staat monnikenwerk centraal en gaat dus over uren en uren ploeteren, ontwerpen, bouwen, herhalen, aandacht, precisie, focus en de rust van het maken.

Willemien Ippel geeft ons een korte introductie over Craft Council ,
waar zij voor werkt. Dit is een platform waar creatief ambachtschap geactualiseerd en overgedragen wordt. Dit doen zij onder andere door erfgoed op de Parijse catwalk te brengen. In hun craftmap kun je zien wie welke kennis heeft en waar gevestigd is. In hun database kun je zoeken op materialen als touw, steen, leer, glas maar ook gips, riet & pigment. Ippel geeft aan dat het inmiddels ‘2 voor 12’ is en dat de kennis van de oudere generatie snel overgedragen moet worden aan de jongere generatie, voordat deze verloren gaat. Jonge mensen hebben wel interesse ondanks dat het minimaal 10.000 uur kost voordat je een ambacht leert. Ippel sluit haar verhaal af met een aanbod voor het publiek. Zij heeft namelijk een bijzondere collectie boeken over textiel. Geïnteresseerden kunnen contact met haar opnemen en via een soort ‘student aan huis’ principe haar bibliotheek raadplegen. 

Eén van de mensen waar de Craft Council contact mee heeft is Gerard van Oosten. Hij is de eerste gast van de avond. We zien een filmpje waarin hij vertelt dat hij is opgegroeid met de Staphorster cultuur en het stipwerk en via zijn tante het ambacht heeft geleerd. Hij ontdekte de schoonheid van het stipwerk eigenlijk pas toen hij Staphorst uitging. Van Oosten: “Het mooie van het stipwerk is dat je met een blokje hout met spijkers alles kunt maken. Van eenvoudig tot hele ingewikkelde patronen.” Hij vestigde zijn naam in Staphorst bij de modeshow 200 jaar Staphorst waar hij lingerie met stipwerk toonde. Ook landelijk kreeg hij hier veel aandacht voor. Hij maakt zijn patronen alleen met materialen die je in en om het huis vindt zoals spijkers, stukjes blik en doppen. Hij werkt met 14 basisstempels. De patronen maakt hij door deze eerst te tekenen.  Naast het stipwerk door ontwikkelen met eigen patronen houdt hij zich ook bezig met de verf. Door zijn achtergrond als schilder is het hem gelukt elastische watergedragen verf te ontwikkelen, terwijl ze vroeger olieverf gebruikte. Naast dat het beter voor het milieu is, kun je de kleding nu ook wassen. Daarom koopt het hele dorp tegenwoordig bij Gerard hun verf. Zijn kennis draagt hij ook over via workshops met onderwerp als stempels maken, welke verf gebruik je onder welke ondergrond en kleuren & patronen. Een bijzonder project was het maken van 67 meter stof voor de Belgische modeontwerper Walter Van Beirendonck. Geheel nieuw was dat hij alleen de stof bedrukte, omdat je normaal begint met kleding. Dit kostte hem een paar maanden werk en hij weet niet of hij het nog een keer zou doen. 
 
Lara Captan is typografe en onderzoekt de mogelijkheden van het digitaliseren van het Arabisch en het ontwikkelen van een lettertype. Twaalf jaar geleden startte ze haar project met het analyseren van de structuren, esthetiek en historische transformaties van het Arabische schrift. 
Ze voelt zich echt een pionier in haar vakgebied, omdat er in het Arabisch nog weinig aandacht is voor ontwerp op print (want er is wel een enorme rijkdom aan kalligrafie), ze haalt aan dat in 1992 pas de eerste school voor grafisch ontwerp is gestart. Voor haar staat de vraag centraal hoe je het Arabisch kunt mechaniseren, maar toch de schoonheid van het schrift kunt behouden. In 2013 startte ze met schetsen. Omdat er maar zo weinig lettertypes zijn kon ze enorm experimenteren. Een subsidie van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie maakte het voor haar ook mogelijk om hier tijd aan te besteden. Ze ontdekte dat er ook een bureau in Amsterdam mee bezig was en van hen heeft ze veel geleerd en uitgewisseld. Zij hadden 84 delen van letters ontwikkeld die je kunt combineren tot volwaardige letters. Voor haar is de leesbaarheid, maar ook de schoonheid en het contrast van belang. Op dit moment heeft ze 550 tekens gemaakt waar alle letters mee gemaakt kunnen worden. Maar ze is nog lang niet klaar en wil het graag verder door ontwikkelen (www.arabictypedesign.com). Voor de toekomst hoopt ze dat haar systeem straks ook toepasbaar is voor andere talen zoals het Chinees of Japans.   

Noa Verhofstad  neemt ons mee in haar werk en haar werkwijze. Het verschil van haar met de eerdere twee sprekers is dat zij zich op verschillende technieken richt. Dat maakt het afwisselend, maar soms ook lastig omdat je vaak in korte tijd een nieuwe techniek eigen moet maken. Zij heeft de afgelopen tijd veel etalages van Hermès ingericht (Rome en Brazilië) met onder meer miniatuur gebouwen. Om ons een beeld te geven van haar Monnikenwerk laat ze het publiek een inschatting maken hoeveel tijd het kost om bijvoorbeeld een huis te maken, wat ze heel gedetailleerd doet. Het publiek schat het redelijk goed in. Het maken van een huis kost zo’n 6 weken, een hele etalage 3 maanden. Zij werkt met een heel team van mensen om haar heen. Voor een opdracht als Hermès probeert verplaatst ze zichzelf in het merk en de geschiedenis van het merk, maar wil ze ook haar eigen signatuur behouden. De kunst is om deze twee samen te brengen. Naast dat het ontwerpen en bouwen van de etalages veel tijd kost laat ze ons ook zien dat er allerlei zaken omheen veel tijd kosten. Hoe worden de vaak kwetsbare onderdelen verpakt voor het vervoer, hoe zorg je dat alle onderdelen bij elkaar blijven en alles snel opgebouwd kan worden, hoeveel kisten heb je nodig voor het vervoer en past het dan in 1 vrachtwagen. Allemaal zaken waar je ook over na moet denken. Plannen en vooruitkijken is dus cruciaal. Ze gebruikt oude technieken zoals hakken, zagen, snijden, flocken, maar ook nieuwe technieken zoals het 3D printen. Ze werkt ook veel samen met andere vaak specialistische bedrijven zoals een bedrijf dat het flocken, dat is het aanbrengen van een stoflaag, met speciale machines voor haar doet. Het detail zit bijvoorbeeld ook in het kleurgebruik. Hoe zorg je dat alle onderdelen overeenkomende kleuren hebben als dat gewenst is. Het ene object is namelijk van stof en het andere van bv. plastic. De vraag uit de zaal of je het nog wel handwerk kan noemen wat zij doet, omdat ze bijvoorbeeld de 3D printer gebruikt, antwoord ze met ja. Het is natuurlijk wel een definitie kwestie. Als voorbeeld geeft ze het paard dat ze voor Hermès maakte. Het ontwerp voor de 3D print maakt ze zelf, ze zet de onderdelen van de 3D print in elkaar zodat het precies past en maakt het zadel dat het paard met de hand. De komende tijd heeft ze nog een volle agenda want ze is door Hermès gevraagd om ook alle etalages (15) van hun winkels (8) in de Benelux in te richten. 

Het collectief WE MAKE CARPETS, opgericht in 2009 bestaat uit 3 mensen en is vertegenwoordigd door Marcia Nolte. Zij vermengen ambachtelijke traditie en een kritische blik op de consumptiemaatschappij in bijzondere tapijten. Zij gebruiken alledaagse gebruiksvoorwerpen en verwerken dat tot tapijten van indrukwekkende formaten. Ze laat ons vooral veel foto’s van de tapijten zien (www.wemakecarpets.nl). Producten die veelal een korte levensduur hebben, zoals frietvorkjes, pleisters, pasta, watjes en knijpers worden op inventieve wijze gerangschikt tot een grafisch patroon. Voor een opdracht in het Stedelijk Museum hebben ze bijvoorbeeld 30.000 cocktailstampers gebruikt. Ze maken van tevoren geen patroon. Ze beginnen in het midden en laten zich leiden door de vorm. Overigens houden ze natuurlijk wel rekening met het materiaal dat voorhanden is en leggen ze een grid aan om recht te werken. Van die cocktailstampers zijn er bijvoorbeeld niet van elke kleur evenveel. Ze legde zichzelf in het begin ook nog de beperking op dat je materiaal alleen mag plakken op ophangen als dit materiaal deze eigenschappen heeft. Inmiddels hebben ze dit criterium losgelaten. Aan elk tapijt werken ze alle drie. Dat gaat heel organisch, ze hebben geen vaste taakverdeling. 

Hun tapijten hebben omdat ze niet verplaatsbaar zijn maar een korte levensduur en zijn vooral in musea te zien. De locatie waar het tapijt komt is leidend voor wat ze doen. Meestal worden ze gevraagd. Om te kijken of iets werkt maken ze vooraf wel proefjes. Dat is ook nodig om een inschatting te maken hoeveel stuks ze van het materiaal nodig hebben. Voor kleine objecten maken ze proefvakken van 10cmX10cm en voor grote 0,5X0,5m.  Tot nu toe heeft dat altijd tot een goede inschatting geleidt. Aan opdrachten de komende tijd is geen gebrek. Waarschijnlijk zitten ze binnenkort weer in het vliegtuig voor een opdracht aan de andere kant van de wereld. 
 
tekst: Olga Kersten

terug »