Loading...

Verslag Big Data

On-Demand

16-02-2017
16 februari On-Demand
 
Deze avond gaat over on-demand, deadlines, overproductie, razend tempo, jagers, en non-stop refreshen en altijd bereikbaar zijn en wat dit betekent voor ontwerpers. Sanders Wassink, de eerste spreker is gefascineerd door de enorme berg (vaak plastic) materiaal dat iedere wordt geproduceerd. “We produceren in het Westen zelf bijna niet meer, veel producten komen uit Azië. Op deze manier verliezen we niet alleen onze kennis en kunde, het is ook een moderne vorm van slavernij om onze schoenen, kleding en andere spullen, voor een fractie van onze lonen in Azië te laten produceren.” Min of meer toevallig kwam hij tot drie keer toe in China terecht. Hij toont ons foto’s met talloze sportschoenenwinkels met nepschoenen die voor een paar euro worden verkocht. Samen met ontwerpstudenten heeft hij de schoenen opengeknipt en de lokale schoenmakers gevraagd de losse onderdelen naar eigen inzicht weer aan elkaar te naaien. In Beijing opende hij de Dashilar Flagshipstore, een tijdelijke schoenenwinkel. Hij wil mensen aanzetten om over ons systeem te laten nadenken en hoopt dat grote merken hun hightech materialen beschikbaar gaan stellen aan lokale, kleinere bedrijven. “Nu beschermen grote merken hun spullen en draagt het grootste deel van de wereldbevolking inferieure vervalsingen.”
Een ander project dat hij buiten Europa deed had te maken met Gispen. Hij werd afgelopen jaar door het Booijmans van Beuningen Museum gevraagd om iets te doen met Gispen stoelen, omdat het merk in 2017 100 jaar in 2016 bestond. Hij ging naar Marokko om de beroemde buisstoel door plaatselijke vaklieden te laten namaken. Dat bleek nog best moeilijk, omdat ze geen buigijzers hadden. De stoel die hij door hen liet maken nam hij weer terug mee naar Nederland en zette deze in het museum (nog tot 26 februari te zien). Met zijn projecten streeft hij naar fair global freedom. Samen iets maken, de interactie dat is waar het wat hem betreft om draait.
 
Stefan Schäfer studeerde grafisch vormgeven op de kunstacademie in Arnhem. Met zijn werk onderzoekt hij onze media en online beeldcultuur. Hij ziet zichzelf als autonoom ontwerper en werkt graag met andere disciplines samen. Hij vertelt ons over drie projecten. In het eerste project twitter core werkt hij samen met muzikanten. Twittercore werkt net als Twitter met 140 tekens en is zowel een realtime grindcore band als een nieuw interactief muziekgenre. Elk nummer is dus super kort. Het tweede project gaat over selfies. Iedereen zie je in de weer met selfiesticks wat hem inspireerde om zelf enorm lange selfiesticks te maken (van 2 meter tot 10.000 km). Toen hij zich wat meer in selfies ging verdiepen kwam hij erachter dat er best wat selfie-gerelateerde doden zijn. Hij ging hiervoor gedenk T-shirts, sluiers en bermmonumenten maken.
Digital Necropolis, het derde project waar hij over verteld heeft hij samen met Dr. Emily West ontwikkeld. Daarbij onderzoeken ze de digitale voortzetting gelinkt aan een lichamelijke dood. Zij veronderstellen dat de huidige levens, die in toenemende mate online zijn vragen om een nieuwe structuur voor doodgaan en de dood. De digitale en lichamelijke dood moeten concurrerend aan elkaar zijn.
 
Jeroen van Baar is hersenonderzoeker aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en bezig met zijn promotie. Hij onderzoekt waarom mensen aardig zijn voor elkaar. Hij vertelt uit eigen ervaring dat wij denken dat presteren geluk oplevert. Hij komt tot de conclusie dat geluk = realiteit – verwachting.  Prestatiedruk, stress en controle ondermijnen de creativiteit. Zijn advies is om langer om jezelf te zijn voordat je ergens mee naar buiten treedt, omdat dit van invloed kan zijn op je creativiteit. Hij verwijst naar een Ted Talk van Daniel Pink hierover. Jeroen van Baar heeft over zijn bevindingen zelf ook een boek geschreven De prestatiegeneratie, een pleidooi voor middelmatigheid.  Hij beschrijft in dit pleidooi dat je een paar dingen heel goed kunt doen, maar de meeste dingen die je in je leven doet middelmatig zijn en dat dit goed is om te beseffen vooral voor de prestatiegeneratie.
 
Freek van Zeist belicht On Demand op een hele andere manier. Toen hij een paar jaar geleden zijn studie bouwkunde aan de TU in Delft afrondde was er geen werk te vinden, daarom besloot hij met een paar vrienden 5 jaar geleden om zelf ondernemer te worden en dingen te gaan maken. Het begon met het bedrijfsonderdeel Fabrikoos. De basis was een frase machine van 7 meter breed waar ze houten platen mee konden verwerken. Zo kwamen ze op het concept om meubels te maken waar geen schroeven, spijkers of lijm voor nodig zijn. En omdat ze met digitale bestanden werken is elk meubel aan te passen aan de wens van de klant. Uiteraard wilde ze gezien hun achtergrond ook graag groter gaan bouwen en (kleine) gebouwen/leefruimten ontwerpen. Dat werd het bedrijfsonderdeel Comfort Cabin. Leegstand vastgoed zoals een fabriekshal werd voor hun een ideale plek om dit verder uit te werken. Met als voordeel dat het modulaire systeem makkelijk op te bouwen en af te breken en dus te verplaatsen is. Omdat het plat is kun je het ook makkelijk vervoeren. Inmiddels is er veel interesse voor dit systeem. Ook voor noodopvang en na rampen zou het goed te gebruiken zijn. Voor het Stedelijk Museum in Amsterdam hebben ze een huisje ontworpen wat ook in te zetten zou zijn voor het aardbeving gevoelige Haïti.

Op vraag van een ander bedrijf ontwikkelden ze een modulaire infrarood sauna. Uiteindelijk werd dit zo gemaakt dat ook andere zintuigen geprikkeld kunnen worden. Inmiddels is er vanuit een onverwachte hoek veel interesse voor dit apparaat. De medische wereld ziet dit namelijk als mogelijkheid om in te zetten voor traumaverwerking. Dat brengt hun inmiddels de hele wereld over. Op de vraag hoe hij de toekomst voor zich ziet antwoord van Zeist: “Dat kan alle kanten op gaan. Het zou zomaar kunnen zijn dan we dat ons bedrijf over 5 jaar uit hele andere onderdelen bestaat.”
 
 
 
 

terug »